De Vlindertuin

Kirsten de Meijer

De vlindertuin

Sybille woonde al een aantal jaren in een tuinhuisje, sinds haar moeder overleden was. Ze had dit aan Sybille gegeven. Een prachtig tuinhuisje tussen de flatgebouwen in betonstad. De tuin was begroeid met bijzondere planten die ze zorgvuldig verzorgde. De Rododendrons, haar liefste plant de fuchsia en niet te vergeten haar bak met margrieten, die haar moeder zo mooi vond. Ze kon uren besteden aan de tuin schoonvegen. Vandaag was ze jarig. 

Sybille was soms erg eenzaam. Ze kon uren zitten op de bank en keek dan dromerig voor zich uit met een kopje kruidenthee in haar hand. Ze dacht dan aan haar hobby’s, zoals   hardlopen. Het plaatsen van haar voeten (eerst de voorvoet) op de aarde, steen of bosgrond.      Het ritmisch lopen op de ademhaling, met het synchroon bewegen van de armen en benen. Het lopen tegen de wind in, waarbij haar geel fluoriserende jasje opbolde en haar ogen tot spleetjes werden     .           

Ze dacht aan het Mandarijns. De karakters en toonhoogtes fascineerden haar. Als ze een karakter op een andere toon uitsprak, werd de betekenis heel anders. In de grammatica werkt het Mandarijns van groot naar klein. Eerst komt het jaar, dan de maand, dan de week en dan de dag en als laatste het tijdstip. (De zin heeft geen vervoegingen. Enkel het werkwoord. Het schriftteken heeft een radicaal; een basiselement van het karakter. Zo zit in het karakter voor “thee” het radicaal voor “gras”.) Ze had er uren op geploeterd om de taal onder de knie te krijgen.

Ze dacht ook aan wat haar moeder tegen haar zou zeggen. Het opbeuren en het steeds weer terugvallen. Sybille kon zich soms zo down voelen, als een hele diepe put. De andere keer stond ze on top of the hill. Ze probeerde in balans te blijven. Het zitten in de tuin vrolijkte haar op. Ze probeerde zichzelf soms aan het lachen te maken. Dan maakte ze een tafel vol oriëntaalse gerechtjes voor zichzelf. Of ze maakte het huis nogmaals goed schoon.

Sybille voelde zich soms eenzaam op een berg, alsof ze ver van de rest van de wereld leefde. Om toch te doen alsof ze vrienden en vriendinnen had, was ze in een app op zoek gegaan naar nieuwe groepjes om vrienden en vriendinnen mee te worden. Omdat ze nergens liever was dan in haar paradijsje, zocht ze mensen die ook van tuinieren hielden. Zo belandde ze uiteindelijk in drie verschillende groepjes. Ze organiseerden tuinfeestjes, al pakte dat vaak anders uit dan ze gehoopt had.

“Wie zal ik vanavond uitnodigen?” Dacht Sybille hardop, met resolute stem. Ze begon te typen: Vrijdagavond keihardChillen in de tuin of “Chillen met pillen.” Ze koos voor” Chillen in de tuin” , omdat ze zo’n prachtige tuin had.     

Sybille had zich mooi aangekleed voor haar verjaardagsfeestje. Ze droeg een kleurige rok een groen T-shirtje met een kleine vlek bij haar oksels en een gele bloem in haar haar. Haar rok had een klein scheurtje, van toen ze was blijven haken aan een uitstekende spijker in de houten kist met viooltjes. Maar dat zag toch niemand. Ze had zich zorgvuldig opgemaakt, terwijl ze in de spiegel keek en lachte. Er zat rode lippenstift op haar tand. Ze lachte weer. Met haar rechterwijsvinger haalde ze de lippenstift een beetje gehaast weg. Ze keek een tijdje in de spiegel en zei nog even tegen zichzelf: “Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is [het meest] toppiefloppedoppie van het land?” Ze keek eventjes scheef, en gaf zichzelf weer een glimlach, waarna ze haar tong uitstak. Ze schrok er een beetje van. 

Ze had hapjes op een tafel gezet met een blauw geruit kleed. Ieder kon voor zich pakken.  En ter blussen van dat lekker een overheerlijk recept van vruchtenbowl. Zoals haar moeder het altijd maakte. Ze had er sinaasappel, appel en banaan in gedaan en ze deed er spa rood en witte wijn bij, maar schoot enorm uit met de witte wijn. Ze proefde. Haar ogen knepen samen van de zuurheid. Ze deed er nog wat spa rood bij, maar het hielp niet erg. Nou, ja, dan liet ze het maar zo. Misschien vinden de meiden het juist wel lekker. Die hielden vast wel van een borrel. Ook de witte wijn kon niet ontbreken en ze had extra uitgepakt met een lekkere fles pinot noir. Iets prijziger, maar vooruit. Ook had ze aan de autorijders gedacht; sinaasappelsap.

Tussendoor verspreid over de tafel stonden ook gerechten als garnalen met      avocado gemaakt en wontons, pinda-chilibuideltjes, mini-krabloempia’s, kokos-groentesoep, nasi goreng. Chinese gerechten, want Sybille was op reis naar China geweest en sindsdien was ze verzot op verschillende eetculturen. Ze hield van de heerlijke geuren en nieuwe smaken. Ook had ze wat verschillende tapas gemaakt: in knoflook gebakken champignons en toastjes met boursin. En o ja, ze moest het verse stokbrood niet aan laten branden. 

Ze had extra lang in de keuken gestaan. Al een paar dagen van tevoren had Sybille  alle boodschappen gedaan zodat ze, als ze in de tussentijd toch nog iets vergeten was, het alsnog op tijd kon kopen. Zoals de olijven die ze een half uur voordat het feest begon toch nog had moeten halen bij de Turkse winkel, om haar gasten op en top te kunnen verwennen.      

De eerste gasten. Ingrid en Silvia en nog 5 meiden, kwamen luidkeels binnen. Sybille had gehoopt dingen te horen als: “Ik ben benieuwd hoe de rododendrons er vandaag uitzien en ook het prachtige gipskruid met de viooltjes.” Maar wat de meiden stormden de tuin in. Sybille nam een slokje sap omdat ze toch wel verbaasd was dat de meiden niks over de tuin zeiden. Maar dat kon ook verbeelding zijn. Ze keek de tuin in en glimlachte. Ze genoot. De tuin rook heerlijk. Het was juli en alles stond in bloei. De rozenstruik stond er prachtig bij en geurde alsof je in een sprookje stapte. Er waren ook heel veel vlinders in de tuin, die stil zaten op de weelderige, bloemrijke begroeiing. Sybille genoot ervan. Prachtig! Ze zat op een rieten stoel en aanschouwde het  De meiden maakten vooral foto’s met en voor de bloemen. Ze roken er niet aan en voelden niet de fluwelen knoppen van de bloemen. En terwijl de een aan de zelfde gemaakte pergula begroeid met prachtige blauwe regen hing, plukte een ander een roos uit de tuin en maakte daar een selfie van. Sybille nam weer een slok sap. Ze kon het niet doorslikken van de spanning en de reactie van de meiden. Ze legde het tafelkleed iets rechter. Dan kon iedereen zien wat voor lekkers ze had gemaakt Ze verheugde zich er al op en kreeg al trek. “Nog even wachten” vermande ze zich.

     Ingrid zag dat de meiden een beetje uit elkaar stonden en riep de meiden bij elkaar. Sybille stond een beetje naast de groep.  “Meiden! Groepsfoto!” zei Ingrid, “     Sybille, jij maakt de foto.”      

Sybille was allang blij dat ze niet op de foto hoefde en zorgde voor een mooie, kleurrijke sfeer. “Oke, champagne!” riep een van de meiden. “Op je verjaardag! Sybille!” riep een ander. Sybille nam [voorzichtig] een beetje champagne, terwijl iedereen rijkelijk inschonk en steeds luider ging praten.

Toen riep Ingrid de groep bij elkaar. “Omdat je vandaag jarig bent hebben we een kado voor je bij elkaar gespaard. Ja toch meiden?” “Ja,” resoneerde iedereen luidkeels in koor. Ingrid haalde een groot cadeau uit de tas en overhandigde het Sybille lachend. Sybille zei: “O, dank jullie wel. Met rode konen pakte ze het aan. Sybille maakt het pakket voorzichtig met haar nageltjes rustig open. Het plastic had het stevig vastgemaakt. Haar wangen kleurden een beetje rood. Ze keek de meiden een beetje onzeker om en om lachend aan. Het pakket was een beetje slorig ingepakt en iedereen keek haar met open mond aan. “Een frituurpan?” Sybille stond het huilen nader dan het lachen. Ze keek naar de tafel met hapjes. Ze dacht aan haar moeder. Die zei altijd met een resolute maar ook warme stem: “Zelf altijd je hapjes klaarmaken.”  Op haar verjaardag stond ze altijd met haar moeder de lekkerste gerechten te koken. Ingrid riep: “Ja, voor alle feestjes die nog komen gaan! Waar is het stopcontact? We hebben ook wat patat, frikandellen en bitterballen meegenomen.”  “Maar” zei Sybille zachtjes, ik heb allemaal lekkere gerechtjes op tafel gezet. Ze liep naar de tafel en begon een voor een smakelijk de hapjes op te eten. Alsof ze de frituurpan negeerde: “Het buffet is geopend!” “Ach, een paar lekkere bitterballen voor de borrel?” Even later kotste een meid over de tafel in, half opgegeten stukken frikandel vlogen in het bakje met olijven. Ingrid had een glas champagne in haar hand en viel achterover in de viooltjes. In de hoek was een vleesetende plant, daar viel Silvia in. Ze zocht een rustig plekje en ademde even een paar keer diep in een uit. Ze kon wel janken.Tranen rolden over haar wangen. Ze snikte. Op een steen zat nog steeds die ene mooie vlinder. Alsof ze zei: “Ga met me mee.” Sybille ging met een brok in haar keel zitten op een blok hout. Ze keek naar de prachtige tuin, de meiden. “Hoe die haar prachtige plekje vernielden,” dacht ze haar tranen weghalend.

In het schuurtje had de moeder van Sybille een coconpak achtergelaten. Voor nood. Het pak ziet er aan de buitenkant uit als een donkere, glanzende korst. Het lijf leek alsof er schubben op zitten. Niet de schubben van een vis, maar van een springend dampend matras. Als dat van een opblaasbed. Aan de zijkant zit een rits en met een vloeiende beweging open je het matras, zodat je terecht komt in een bedje van mos. Als je hem opendoet hoor je het gekraak van de korst en ruik je de tuin. Sybille ging weer even zitten op het brok hout. Ze haalde diep adem. Voorzichtig deed ze cocon open en hoorde het gekraak van de bast. Ze glimlachte. Sybille deed het pak voorzichtig  aan en liet de warmtelampen op zich schijnen. Ze wilde een vlinder worden, net als alle andere in de tuin. Zou ze net zo’n mooie vlinder worden als de geduldig? De trouwe vlinder die haar beschermde?  

Met plakkerige vleugels, die een knisperend geluid maakten, kwam Sybille uit de      cocon. Wat was ze prachtig! Een zeldzame doodshoofdvlinder. Ze sloeg haar vleugels vloeiend en trots  uit en vloog naar de mooie vlinder op de steen en begon te praten. “Hoi mam, daar ben ik weer. Fijn je zo te ontmoeten!” Het leek of ze lachte. “Hé, daar zitten ome Henk en tante Carla! Staat haar goed dat geel. En ah, Bernice: de buurvrouw. Wat leuk. Ze had mooie vleugesl met een blauwige gloed die aan haar oogschaduw deed denken.     

Iedereen op het feestje gilde toen ze Sybille zagen. Er brak paniek uit. “Help! Moeten wij dat pak aan?” “Ik wil niet! Help me!” De meiden moesten een voor een het pak in. Sybelle aanschouwde de boel op de steen. Ze zag het nerveus heen en weer geloop van de meiden. Ze keek naar de lucht. Wat fijn zou het zijn lekker te kunnen vliegen.  Ze lachte hardop. Ze stond rechtop met haar pootjes stevig op de grond. . Met haar neus in de wind, haar vleugels geopend. 

De ene meid ging vrijwillig het pak in, de ander werd een zetje gegeven nog iemand was nieuwsgierig en snuffelde eerst aan het pak. Het rook een beetje naar bos. Ze hadden Sybille uit de cocon zien komen en de meiden waren toch ook wel onder de indruk. Er ontstond een enorm gestuntel. Van “ ik wil niet” naar “ ik wil eerst”. Ze trapten op elkaars tenen.Wat voor vlinder zou jij willen zijn Hoe zouden zij eruit komen te zien? Een zekere nieuwsgierigheid ontstond onder de meiden. Er klonk af en toe een harde “help” en “ Ik wil niet”. Ze keken naar Sybille, hoe machtig en prachtig ze daar stond. Haar vleugels open en haar borst vooruit. Ze begonnen zich te vermannen. Ze begonnen zelfs respect voor haar te voelen.Zo mooi en sterk leek Sybille. Sommigen zeiden na het zien van Sybille “Ik wil ook zo’n vlinder worden. Dat wil ik ook! “Dat willen wij toch ook meiden?” “Ja! Dat willen wij ook!” Sybille zat inmiddels naast haar moeder en bekeek de rij met meiden die voor de cocon stonden. Ze vlogen eventjes vrolijk om elkaar heen. Met slijmerige krakende pootjes en aan elkaar geplakte vleugels kwam de eerste uit de cocon.  En Ingrid riep: “Help! Met een sprong ging ze er toch maar in. Na een kwartier ging de cocon weer open.” 

     Arrgh en met gekraak en veel slijmerige bedoelingen kwam daar een klein motje uit. Eenmaal uit de cocon probeerde ze met haar nieuwe vleugels te vliegen. Dat lukte half. De tuin liep over van de vlinders. Zo konden de planten rustig groeien en de bloemen konden bloeien in volle pracht. De vlinders, als ik het goed heb gezien vlogen volgzaam achter elkaar. De een vrolijk witje, een andere sierlijke vlinder met blauwe vleugels, de prachtige doodshoofdvlinder voorop. Bekruisden de bloemen.

Gepubliceerd door kirstenskralenverhalen

Ik maak sinds 2019 sieraden. Ik wil nu schrijven over de armbanden en kettinkjes. De bedoeling is een bonte variatie aan verhalen. Ook komen hierin voor mijn werk als postbode en mijn passie voor het Mandarijns. Als een bonte kralenanecdote. Lees huiver en geniet.

Plaats een reactie